En zo zwaarfd'n wij der langes     Zo he'k hiel wat of ezwaarfd  

 Verhalen van en over tante Margje

Margje van Essen werd geboren op 4 januari 1916. Ze woonde de eerste 7 jaar van haar leven, samen met haar grootvader, Hendrik van Essen, haar ouders Roelof van Essen en Grietje Pit, haar tweelingbroer Hendrik en haar oom Meine van Essen, op een pachtboerderijtje op het landgoed De Eese. Haar grootmoeder heeft ze niet gekend.

Toen Hendrik en Margje konden lopen, zetten ze geregeld de groentetuin op de kop. Tot ergernis van grootvader renden ze dwars door de groentebedden. Grootvader ging boos achter hen aan om de boontjes te redden.
Margje zelf heeft hieraan geen herinneringen, maar hoorde dat later van haar moeder.
Grootvader overleed toen de tweeling 2 jaar was.

Op een zondag maakte Margje met haar vader een boswandeling. Ze was toen 5 jaar. Plotseling moest ze erg overgeven. Haar vader werd zo ongerust, dat hij haar naar huis heeft gebracht en lopend naar de dokter in Steenwijk ging. Uren later kwam de dokter in de koets aanrijden. Het bleek, dat Margje roodvonk had. Naast de ernstige ziekte betekende dat ook, dat er een pamflet, met daarop in grote letters het woord ROODVONK, op de deur geplakt moest worden om mensen op afstand te houden. Een van de buurvrouwen trok zich daar niets van aan en kwam geregeld op ziekenbezoek. Ze bracht kraaltjes mee en samen met Margje ging ze rijgen.
Een aantal weken later bleek ook broer Hendrik roodvonk te hebben.

Op 1 april 1922 gingen Hendrik en Margje naar school. Langs een bospad was dat niet zo ver lopen naar de openbare school. aan de Koningin Wilhelminalaan in Steggerda. 
Hendrik paste niet erg op zijn zusje. Hij trok op met de jongens uit de buurt. Margje ging samen met een buurtgenootje langs het eenzame pad naar school. Onderweg werden ze gepest door grote jongens. Zo erg, 
dat Margje niet meer naar school durfde. Haar moeder ging naar het hoofd van de school, meester Rus, om een hartig woordje te spreken. Dat hielp. Vanaf die tijd konden de meisjes rustig naar school lopen.
Margje herinnert zich nog de 2 juffen, maar vooral de gymnastiekzaal heeft veel indruk op haar gemaakt. 
Een gymzaal op school kwam in die tijd bijna niet voor.
De school staat er al lang niet meer. Wel is de woning van het hoofd nog bewoond.

In 1923 kregen haar ouders en oom Meine van de landheer te horen, dat hun boerderij, t.b.v. een te bouwen landhuis, afgebroken zou worden en dat ze moesten verhuizen naar een ander boerderijtje. Die boerderij stond 
aan de kant van Eesveen. De kinderen uit die buurt gingen naar de christelijke school in Nijensleek. 
Dat was verder lopen, maar minder eenzaam. Hendrik en Margje gingen na de verhuizing mee naar die school.
Over het wonen op de nieuwe boerderij wist Margje veel te vertellen.

Toen ze een tiener was ging ze met leeftijdsgenoten in de zomer bessen plukken voor de landheer. 
Achter het Hoge Slot lag een grote boomgaard met bessenstruiken tussen de vruchtbomen.
De jongens en meisjes kregen van het landhuis een mand om de bessen in te verzamelen. 

                    
Home  >>>volgende pagina
css by miss monorom intensivstation.ch

.                                                                                                                                                              .